Uitspraak 21-008 Commissie niet bevoegd

De commissie is niet bevoegd een uitspraak te doen op een verzoek dat niet afkomstig is van een cliëntenraad. Bemiddeling kan alleen als alle betrokken partijen daarmee instemmen.

Aanmaakdatum: 06-09-2021

Gerelateerde documenten

Uitspraak 10-004 Bewoners aanleunwoningen als kiesgroep voor clientenraad
Uitspraak 10-004 Bewoners aanleunwoningen als kiesgroep voor clientenraad

Een zorgaanbieder kan onder bepaalde omstandigheden in redelijkheid besluiten zijn reglement en samenwerkingsovereenkomst aldus aan te passen dat bewoners van de aanleunwoningen die naast het zorgcentrum gelegen zijn, niet langer als kiesgroep zijn opgenomen. Van belang is daarbij of deze groep bij dit besluit betrokken is en hier (overwegend) ..

Uitspraak 21-007 Medezeggenschapsreglement
Uitspraak 21-007 Medezeggenschapsreglement

Een werkgroep die is ingesteld om een nieuw medezeggenschapsreglement op te stellen is geen partij die bevoegd is om - bij gebrek aan overeenstemming over (een deel van) het reglement- een geschil aan de LCvV voor te leggen. De commissie reflecteert naar aanleiding van het voorgelegde geschil op de ..

Uitspraak 21-005 Aspirant-lidmaatschap cliëntenraad
Uitspraak 21-005 Aspirant-lidmaatschap cliëntenraad

Een besluit van de Raad van Bestuur om het aspirant-lidmaatschap van 2 personen te beëindigen en van 1 persoon te verlengen, wordt door de LCvV vernietigd. Er is voor de locatie geen reglement waaraan de afspraken omtrent (aspirant)lidmaatschap getoetst kunnen worden en er zijn ook geen concrete voorwaarden of ..

Uitspraak 11-003 Vrijwilligers als lid van een cliëntenraad
Uitspraak 11-003 Vrijwilligers als lid van een cliëntenraad

Een zorgaanbieder kan in redelijkheid besluiten een bepaling in het art. 2 tweede lid sub aWMCZ reglement op te nemen die vrijwilligers (onbezoldigd medewerkers) uitsluit van cliëntenraadslidmaatschap. Dit omdat betreffende vrijwilligers in vergelijkbare relatie tot zorgaanbieder staan als betaalde medewerkers en waardoor conflict van plichten of belangenverstrengeling niet denkbeeldig is.