Uitspraak nr 07-04 12 sep 2007

Samenstelling cliëntenraden Deze uitspraak heeft betrekking op een organisatie die na een fusie tot stand is gekomen. De fusiepartners hadden de medezeggenschap van cliënten verschillend geregeld. De raad van bestuur wil nu de verschillende regelingen van de samenstelling van de cliëntenraden harmoniseren. Met het oog daarop heeft de raad van bestuur zich voorgenomen de verschillende regelingen van de samenstelling van cliëntenraden zo te veranderen dat in principe alleen cliënten zitting kunnen nemen in een cliëntenraad. De raad van bestuur heeft de centrale cliëntenraden van de fusiepartners gevraagd hierover advies uit te brengen. Eén van de centrale cliëntenraden adviseert negatief. De raad van bestuur vraagt de LCvV te beoordelen of hij het besluit niettemin in redelijkheid kan nemen. De LCvV oordeelt dat de adviesprocedure die de raad van bestuur en de centrale cliëntenraad hebben gevolgd niet de basis kan zijn voor een besluit tot wijziging van de regelingen van de samenstelling van de locale cliëntenraden. De LCvV baseert dit op het reglement van de centrale cliëntenraad, dat expliciet bepaalt dat de locale cliëntenraden hun bevoegdheid om verzwaard advies uit te brengen over de regeling van hun samenstelling niet hebben overgedragen aan de centrale cliëntenraad. Een besluit tot wijziging van de samenstelling van een cliëntenraad kan daarom binnen deze organisatie alleen genomen worden op basis van een op de betreffende locatie toegesneden voorgenomen besluit en nadat met de betreffende cliëntenraad de wettelijke adviesprocedure is doorlopen.

De LCvV gaat in deze uitspraak tevens in op de vraag wat de gevolgen zijn voor niet-cliënten als een instellingsbesluit wordt gewijzigd in die zin dat in het vervolg alleen cliënten gekozen kunnen worden tot lid van de cliëntenraad. Zo'n wijziging kan in het algemeen pas geëffectueerd worden nadat de zittingstermijn van de niet-cliënten is verlopen.

Download Uitspraak