Uitspraak nr 07-08 31 dec 2007

Positie cliëntenraad t.o.v. vastgoedstichtingen / Jaarrekening In deze uitspraak gaat het om de toepassing van de Wmcz in vier stichtingen, die met elkaar verbonden zijn. Eén stichting levert zorg en maatschappelijke dienstverlening, de andere drie stichtingen beheren vastgoed en stellen dat ter beschikking aan de stichting die zorg levert. De vraag die in deze uitspraak centraal staat, is of de Wmcz van toepassing is op de vastgoedstichtingen. De LCvV concludeert dat in dit geval de vastgoedstichtingen en de zorgstichting gezamenlijk de verschillende instellingen in stand houden. Daarbij hecht de LCvV in het bijzonder belang aan het feit dat de vastgoedstichtingen bestuurd worden door de zorgstichting. Omdat de zorgstichting en de vastgoedstichtingen gezamenlijk de verschillende instellingen in stand houden, zijn zij allen 'zorgaanbieder' in de zin van de Wmcz. Dit houdt in dat de centrale cliëntenraad, dan wel - als het een aangelegenheid op lokaal niveau betreft - de betreffende lokale cliëntenraad, bij de besluitvorming binnen de vastgoedstichtingen betrokken hoort te worden conform de Wmcz.

Tevens komt de vraag aan de orde of de centrale cliëntenraad in de gelegenheid gesteld moet worden om advies uit te brengen over de jaarrekeningen van de vier stichtingen afzonderlijk, of over de geconsolideerde jaarrekening van de vier stichtingen gezamenlijk. De LCvV zoekt bij de beantwoording van deze vraag aansluiting bij de definitie die het Burgerlijk Wetboek geeft van een jaarrekening. Dit leidt tot de conclusie dat het adviesrecht betrekking heeft op zowel de enkelvoudige jaarrekeningen als op de geconsolideerde jaarrekening.

Download Uitspraak