Uitspraak nr 16-002 4 jul 2016

Opheffing en vervanging van een cliëntenraad

 

Cliëntenraad zegt het vertrouwen op in een nieuw aangestelde regiomanager en verwijt deze gedurende een jaar telkens gebrek aan kennis en kunde. De regiomanager stelt dat de cliëntenraad haar onheus bejegent en niet met haar wil samenwerken.

Zorgaanbieder besluit dat deze cliëntenraad opgeheven en vervangen dient te worden omdat hij niet meer functioneert. Partijen verzoeken gezamenlijk aan  de LCvV om een bindende uitspraak over dat besluit te doen. De LCvV overweegt dat na de reorganisatie er bij deze zorgaanbieder nog niet voorzien is in een nieuw reglement dat  als (procedureel) toetsingskader voor dit geschil kan dienen. De beoordeling vindt plaats op grond van de wet en jurisprudentie over samenwerkingsgeschillen in de cliëntmedezeggenschap en door het daadwerkelijk functioneren van de betreffende raad te beoordelen. De slotsom is dat dat door de cliëntenraad geenszins is aangetoond dat sprake is van  disfunctioneren bij de regiomanager terwijl wel gebleken is dat bij de cliëntenraad geen daadwerkelijke bereidheid tot samenwerking aanwezig is.

Zorgaanbieder heeft volgens de LCvV tijdig de houding van de voorzitter geproblematiseerd en meerdere oplossingen trachten aan te dragen alvorens over te gaan tot opheffing en vervanging. Voor de vervanging heeft zorgaanbieder de cliënten en vertegenwoordigers geraadpleegd. De LCvV oordeelt dat een cliëntenraad niet lichtvaardig opgeheven en vervangen mag worden maar dat er in dit geval wel veel meer aan de hand was. Het besluit is daarom niet in strijd met de Wmcz genomen.

Download Uitspraak